Jezelf gevangen in een kooi

Jezelf gevangen in een kooi

Als ik vandaag buiten wandel, hoor ik de vogels fluiten. Ik zie de buurman in zijn tuin werken en zie hoe de wolken verschuiven over het luchtveld. In mijn auto stappen naar het werk, doet me mijmerend rondkijken naar de buurt. Hand omhoog naar de fietser die passeert. In achteruit voor de tractor die de hele weg nodig heeft. Aankomen op het werk, is met de glimlach op het gezicht. Mensen helpen die verdwalen in het ziekenhuis. Collega’s een fijne dag toewensen. Trots dat ik mensen kan ondersteunen. Op de terugweg naar huis, is verlangen. Verlangen naar liefde, naar knuffels. Thuiskomen. Rust opzoeken en mezelf zijn, in alle maten en vormen. Verdrietig of uitbundig, hoe dan ook welkom zijn.

Een jaar terug was het anders. Het… Uitgeput in de auto stappen, haastig om niet veel te laat te komen. Na tien minuten rijden, beseffen dat ik een auto aan het besturen ben. Niet weten hoe ik reeds zo ver ben gekomen. Toekomen op het werk. Een hoofd dat nooit heeft stilgestaan. Gisteren lijkt nog niet voorbij, vandaag is al aanwezig. Onmiddellijk in actie vliegen, niet weten waar te beginnen. Structuur weg. Toch zeg je ja als ze vragen of er nog iets bij kan. Alles goed antwoord je, ook al gaat het niet. Verlangen naar einde werkdag. En toch. Geen verlangen naar huis. Waar is thuis? Geen energie opladen. Verder energie opgebruiken.

Burn-out… Jezelf voorbij hollen in onze hollende wereld. Ja zeggen aan de ander, niet aan jezelf. Respect voor de ander, respectloos ten aanzien van jezelf. De wereld rondom jou is het niet anders gewend. Zij is zo zorgend, zij geeft zich 100 procent. Goede ideeën worden beluisterd, maar niet meegenomen. Nadien gebruikt door anderen. Inzet wordt gezien, op den duur als normaal geacht. Liefdevol zijn, enthousiast zijn, sterke werkkracht, onderbouwde mening,… Inzetten van mijn kwaliteiten wordt ze uitpersen.

Burn-out… Woorden weg. Hoofd vol. Lichaam leeg. Geen energie. Tranen stromen als rivieren. Hart doet pijn. Doodop…

Ik… kan… niet… meer… De moeilijkste woorden om uit te spreken. De lastigste om te verdedigen.

‘Je geraakt er wel terug door.’ ‘Jij bent een sterke, jij kan dat.’ ‘Moet je niet gewoon eens goed slapen?’ ‘Ik heb het ook druk.’ ‘Is dat wel slim om thuis te zitten van het werk?’ ‘Werk maar door, dat je je job niet kwijt raakt.’ ‘Ik voel me ook niet altijd goed, maar ik blijft tenminste gaan.’ ‘Ik heb ook niet altijd zin om te gaan werken.’ ‘Een relatie is niet altijd rozengeur en maneschijn.’ ‘Ieder huisje heeft zijn kruisje.’ Verder doen ondanks alles en voelen dat je leegloopt. Mijn lichaam redde me. Samen met de meest dierbare vrouw. Leren kennen in een dal, nu lopend met haar op de groene
heuvels. Mijn lichaam riep: S.T.O.P.

De woorden van anderen doen pijn. Het toegeven dat je niet op alles meer ‘Ja’ kan zeggen, geven in het begin het gevoel zwak te zijn. Het onbegrip snijdt hard.

Het eerste wat ik leer is geen toestemming meer vragen. Niet meer te leven in functie van antwoorden van anderen. Ik deel mee wat ik nodig heb, ik laat weten dat het niet goed met me gaat. Het lukt, dankzij professionele hulp. Dankzij hen zie ik dat ik ‘te’ leefde. Vooral naar anderen toe. Ze leren me hoe ik kan leven voor mezelf, samen met anderen. Achterlaten wie het niet begrijpt, dat zijn er jammer genoeg veel. Tegelijk veel vrienden die er plots meer staan, die me ondanks alles blijven graag zien. Het leert me mezelf graag zien. Ik heb mezelf afgezonderd, voor meer dan 6 maanden. Het moest, om mijn eigen grenzen te leren voelen, om neen te leren zeggen tegen anderen, om ja te zeggen aan mezelf. Het moest om terug te willen leven.

Loslaten wil niet zeggen dat je niet langer graag ziet. Soms is loslaten de enige manier om een ander te kunnen blijven graag zien. Loslaten leerde me op verschillende vakken terug dromen. Lukt het ons nog? Laten we dit los? Wil ik een andere weg op in het werk? Waar ligt mijn hart? Mijn toenmalige relatie heb ik afgerond, uit liefde voor mezelf en voor hem. Mijn werk heb ik terug deels opgepakt, gecombineerd met iets nieuws. Palliatieve patiënten en chronisch zieke patiënten wil ik blijven helpen, maar kinderen hebben ook een grote plaats in mijn hart. Mijn dromen reiken verder dan het ziekenhuisleven, dus rek ik mezelf nu ook verder uit.

Een stuk van burn-out ligt bij jezelf. Dat stuk pakte ik aan. Met hulp van professionelen. Met erkenning in mij als persoon. Confronterend tot het diepste van je ziel. Huilen tot je denkt dat de tranen zijn uitgeteld. Kwaadheid op mensen ver weg, maar zeker ook mensen dichtbij. De sleutel vinden om de kooi terug te openen, waarin je jezelf lange tijd gevangen had.

Je karakter kan je niet veranderen. Ik blijf enthousiast, goedlachs, vrolijk, flapuit, wispelturig met momenten, een echte levensgenieter, een bezige bij. Je waakzaamheid wordt voorgoed veranderd. Je houdt de kooideur in de gaten, dat ze niet opnieuw in het slot valt. Je lichaam blijft je barometer, geeft aan wanneer je terug je grenzen opzoekt. Het is anders in het leven staan, maar met dezelfde fijne en minder fijne eigenschappen..

Als ik vandaag buiten wandel, hoor ik de vogels fluiten. Ik zie de buurman in zijn tuin werken en zie hoe de wolken verschuiven over het luchtveld. In mijn auto stappen naar het werk, doet me mijmerend rondkijken naar de buurt. Hand omhoog naar de fietser die passeert. In achteruit voor de tractor die de hele weg nodig heeft. Aankomen op het werk, is met de glimlach op het gezicht. Mensen helpen die verdwalen in het ziekenhuis. Collega’s een fijne dag toewensen. Trots dat ik mensen kan ondersteunen. Op de terugweg naar huis, is verlangen. Verlangen naar liefde, naar knuffels. Thuiskomen. Rust opzoeken en mezelf zijn, in alle maten en vormen. Verdrietig of uitbundig, hoe dan ook welkom zijn.